ECLI:NL:PHR:2009:BK0153
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en bewijs in civiele procedure over geldlening en verkoop boot
Eiser vorderde van verweerder terugbetaling van een geldlening, betaling van opbrengst van een in consignatie gegeven boot en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank Arnhem wees de vordering tot betaling van de bootopbrengst toe en gaf een bewijsopdracht voor de geldlening. Het hof vernietigde het vonnis voor de bootopbrengst en wees die vordering af, terwijl het tussenvonnis als zuiver tussenvonnis werd aangemerkt.
Eiser stelde in cassatie dat het hof ten onrechte verweerder ontvankelijk had verklaard, omdat het tussenvonnis een eindvonnis zou zijn en de beroepstermijn was verstreken. De Hoge Raad oordeelde dat het tussenvonnis zuiver tussenvonnis was, zodat het beroep ontvankelijk was.
Verder verwierp de Hoge Raad de klachten over de uitleg van de overeenkomst en de bewijskracht van de akte. Het hof had de Haviltex-formule juist toegepast en geoordeeld dat de akte geen dwingend bewijs opleverde. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof Arnhem bleef in stand.