ECLI:NL:HR:2009:BK0153
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot betaling in civiele procedure
Eiser heeft verweerder gedagvaard en gevorderd tot betaling van diverse bedragen, waaronder een bedrag van € 38.571,32, rente en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank Arnhem veroordeelde verweerder tot betaling van € 38.571,32 met rente, maar wees het meer gevorderde af. Verweerder stelde hoger beroep in, waarop het hof Arnhem het vonnis van de rechtbank vernietigde voor de vordering van € 38.571,32 en deze vordering alsnog afwees. Het hof bekrachtigde wel een andere vordering tot betaling van € 27.226,81 met rente.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof Arnhem in stand dat de vordering van eiser tot betaling van € 38.571,32 afwijst.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de vordering tot betaling door eiser.