ECLI:NL:PHR:2009:BJ9346
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens feitelijke aanranding, bezit kinderpornografisch materiaal en mishandeling
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens meervoudige feitelijke aanranding van de eerbaarheid, bezit van kinderpornografisch materiaal en meervoudige mishandeling. De feiten betroffen onder meer het betasten van minderjarige slachtoffers, bezit van digitale afbeeldingen met seksuele gedragingen van minderjarigen en het mishandelen van slachtoffers binnen het gezin.
In hoger beroep werd onder meer geklaagd dat het hof onterecht niet had beslist op een getuigenverzoek dat alleen in de appelschriftuur was gedaan en niet herhaald tijdens de terechtzitting. De Hoge Raad oordeelde dat de rechter niet verplicht is te beslissen op verzoeken die alleen in de appelschriftuur zijn gedaan zonder herhaling ter terechtzitting. Dit volgt uit de toepasselijke artikelen van het Wetboek van Strafvordering en jurisprudentie.
Verder werd de bewezenverklaring van het bezit van een digitale foto met seksuele gedragingen van een minderjarige bevestigd, waarbij het hof aannam dat de verdachte zich bewust was van het kinderpornografische karakter en de foto tot zijn beschikking had. Klachten over de strafmotivering en het betrekken van een brief van het slachtoffer werden verworpen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis slechts ten aanzien van de straf, met het oog op het cassatieberoep en de termijnoverschrijding, en beperkte de strafvermindering tot wat passend werd geacht. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 voorwaardelijk, met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.