ECLI:NL:PHR:2009:BJ9270
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzettelijk aanwezig hebben van hennepafval ondanks beroep op verontschuldigbare dwaling
Verdachte werd door het hof en de politierechter veroordeeld wegens het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 110 kilogram hennepafval, in strijd met de Opiumwet. De henneprestanten werden gedroogd en vermalen in keukenmachines, wat strafbaar werd geacht. Verdachte voerde aan dat zij dacht dat het slechts om onschuldig plantenafval ging en dat zij toestemming had van de wijkagent voor het innemen van het afval.
Het hof oordeelde dat verdachte niet gerechtvaardigd mocht afgaan op de informatie van de wijkagent, omdat deze niet op de hoogte was van het drogen en vermalen van het hennepafval en geen toestemming daarvoor had gegeven. Daarnaast waren er tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte en was het onwaarschijnlijk dat het afval op de wijze werd verwerkt zoals zij stelde.
De Hoge Raad bevestigde dat het bewezenverklaarde voldoende was onderbouwd met diverse proces-verbalen en forensisch onderzoek. Het hof mocht aannemen dat verdachte wist dat het om hennep ging en dat het niet nodig was dat zij wist dat dit strafbaar was. Het beroep op verontschuldigbare dwaling en afwezigheid van alle schuld werd verworpen, mede omdat verdachte niet had geïnformeerd naar toestemming voor het drogen en vermalen en het hof terecht ook de feitelijke omstandigheden van het handelen betrok in de beoordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennepafval wordt bevestigd.