ECLI:NL:PHR:2009:BJ7540
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gevolgen van succesvol beroep op art. 4:1107 BW (oud) voor verdeling nalatenschap
In deze zaak staat centraal de vraag welke gevolgen het succesvolle beroep van de Ontvanger op art. 4:1107 BW Pro (oud) heeft voor de verdeling van de nalatenschap van de erflater. De zoon had de erfenis verworpen, waarna de moeder en dochter de nalatenschap hadden verdeeld. De Ontvanger werd gemachtigd om de nalatenschap in naam van de zoon te aanvaarden wegens benadeling door de verwerping.
De Ontvanger vorderde vernietiging van de notariële verdeling en een nieuwe verdeling met zijn betrokkenheid, om zijn vordering op de zoon te verhalen. De moeder en dochter voerden onder meer aan dat de dagvaarding nietig was omdat deze door een belastingdeurwaarder was uitgebracht, en dat de Ontvanger niet benadeeld was.
Het hof bevestigde dat de beschikking tot aanvaarding door de Ontvanger onherroepelijk is en dat de Ontvanger zich tot het beloop van zijn vordering kan verhalen op het erfdeel van de zoon. De reeds voltooide verdeling moest worden vernietigd en een nieuwe verdeling plaatsvinden. De dagvaarding door de belastingdeurwaarder was rechtsgeldig. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde deze uitgangspunten.
De zaak illustreert de werking van art. 4:1107 BW Pro (oud) en het overgangsrecht naar het nieuwe erfrecht, waarbij de Ontvanger als schuldeiser bescherming geniet tegen benadeling door verwerping van een nalatenschap door de erfgenaam.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de Ontvanger mag zich verhalen op het erfdeel van de zoon, met vernietiging van de notariële verdeling.