ECLI:NL:PHR:2009:BJ6793
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtenaarsbegrip en bewezenverklaring ambtelijke corruptie directeur besloten vennootschap
In deze zaak stond de vraag centraal of de directeur van de besloten vennootschap [A] B.V., die overheidstaken verricht, als ambtenaar in de zin van art. 363 Sr Pro kan worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat de vennootschap overheidstaken uitvoert en onder toezicht staat van de gemeentelijke overheid, waardoor de directeur ambtenaar is in strafrechtelijke zin. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de verdachte een gift heeft aangenomen van [B] B.V., bestaande uit levering en plaatsing van rolluiken en een sectionaalpoort, met het doel hem te bewegen om deze vennootschap ten opzichte van andere bedrijven te begunstigen. Het hof verwierp het verweer dat sprake was van een contante betaling die de gift zou neutraliseren, en achtte de verklaringen van verdachte en betrokkenen over de contante betaling ongeloofwaardig.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen die stelden dat het hof onterecht had geoordeeld over het ambtenaarsbegrip, de gift, en het motief van de verdachte. Het hof had voldoende gemotiveerd dat verdachte wist dat hij een gift ontving en dat hij in strijd met zijn plicht handelde door de begunstiging van [B] B.V. De verweren dat de opdracht aan [B] B.V. zakelijk was of dat de directeur niet gebonden was aan de beginselen van behoorlijk bestuur werden eveneens verworpen.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete wegens het aannemen van een gift als ambtenaar in strijd met zijn ambtsplicht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van de directeur van [A] B.V. voor het aannemen van een gift in strijd met zijn ambtsplicht.