ECLI:NL:PHR:2009:BJ3565
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling strafbare poging tot hennepteelt bij aanwezigheid van kweekruimte zonder kweekmateriaal
In deze zaak ging het om de vraag of het inrichten van een ruimte voor hennepteelt zonder dat kweekmateriaal aanwezig was, strafbaar is als poging tot het telen, bereiden, bewerken, verwerken of aanwezig hebben van hennep. Het Hof sprak verdachte vrij omdat niet was vastgesteld dat kweekmateriaal aanwezig was, waardoor geen begin van uitvoering van het misdrijf kon worden aangenomen.
De Hoge Raad bevestigde dat voor strafbaarheid van poging een begin van uitvoering vereist is dat naar uiterlijke verschijningsvorm gericht is op voltooiing van het misdrijf. Bij formeel omschreven misdrijven zoals hennepteelt kan dit betekenen dat het handelen voorafgaat aan de delictsomschrijving, wat tot interpretatieproblemen leidt.
De Hoge Raad overwoog dat het enkel inrichten van een hennepkwekerij zonder feitelijke beschikking over kweekmateriaal onvoldoende is voor poging, omdat de dader op het moment van handelen de feitelijke mogelijkheid moet hebben om tot telen over te gaan. Dit sluit aan bij het legaliteitsbeginsel en voorkomt te ruime strafrechtelijke aansprakelijkheid.
De conclusie is dat het beroep in cassatie wordt verworpen en de vrijspraak van het Hof gehandhaafd blijft. De aanwezigheid van een kweekruimte zonder kweekmateriaal vormt geen strafbare poging tot hennepteelt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het enkel aanwezig hebben van een ingerichte hennepkweekruimte zonder kweekmateriaal onvoldoende is voor strafbare poging tot hennepteelt en handhaaft de vrijspraak.