ECLI:NL:RBSHE:2001:AD4401
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken begin van uitvoering poging hennepteelt
Verdachte werd verdacht van het samen met anderen plegen van een poging tot het telen, bereiden of bewerken van hennep in een gehuurde loods te Schijndel. Uit het onderzoek bleek dat verdachte en medeverdachten een loods hadden ingericht met apparatuur en voorzieningen voor hennepteelt, maar dat er geen hennepzaden, stekken of planten aanwezig waren en dat zij deze ook nog niet hadden aangeschaft.
De politierechter overwoog dat telen het laten groeien van hennepplanten inhoudt en dat het inrichten van een ruimte voor teelt nog geen begin van uitvoering is. Omdat verdachte en zijn medeverdachten geen handelingen hadden verricht die als begin van uitvoering konden worden beschouwd, was er geen strafbare poging volgens art. 45 Sr Pro.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van poging tot hennepteelt en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. Wel werden de inbeslaggenomen goederen die samen de inrichting van de hennepkwekerij vormden onttrokken aan het verkeer vanwege hun aard en mogelijke gebruik voor strafbare feiten.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen voorbereidingshandelingen en het begin van uitvoering bij poging en bevestigt dat het strafrecht pas ingrijpt bij een concreet begin van het strafbare feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van een begin van uitvoering van poging tot hennepteelt.