ECLI:NL:PHR:2009:BJ3297
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste toepassing art. 359 lid 3 Sv bij bekennende verdachte
De verdachte werd door het Hof veroordeeld wegens het besturen van een voertuig met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het Hof baseerde zijn oordeel op een opgave van bewijsmiddelen, omdat de verdachte bekend had. De raadsman van de verdachte pleitte echter vrijspraak, waardoor art. 359 lid 3 Sv Pro niet van toepassing was. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte volstond met een opgave van bewijsmiddelen en vernietigde het arrest voor zover het het eerste tenlastegelegde betreft.
De verdachte voerde aan dat zijn rijbewijs onrechtmatig ongeldig was verklaard vanwege een administratieve fout van het CBR. Het Hof verwierp dit verweer omdat de verdachte bewust had gereden terwijl hij wist dat het rijbewijs ongeldig was. De Hoge Raad bevestigde dat het verweer terecht was verworpen.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting van het eerste tenlastegelegde en verwerpt het cassatieberoep voor het tweede tenlastegelegde. De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt het belang van correcte toepassing van art. 359 lid 3 Sv Pro en wijst af dat nader onderzoek naar de juistheid van de conclusie 'vrijspraak' nodig is.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het eerste tenlastegelegde en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.