ECLI:NL:PHR:2009:BI7322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over dubbele strafbaarheid bij uitlevering vliegtuigmotoren aan Iran
In deze zaak gaat het om een verzoek tot verlof voor overdracht van inbeslaggenomen stukken aan Duitse autoriteiten in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar het zonder vergunning leveren van vliegtuigmotoren aan Iran. De rechtbank had het verzoek geweigerd omdat zij oordeelde dat er geen dubbele strafbaarheid bestond, aangezien de Nederlandse regelgeving in de betreffende periode geen algemene strafbaarstelling kende voor het leveren van deze motoren zonder vergunning.
De Hoge Raad herhaalt het toetsingskader voor dubbele strafbaarheid en benadrukt dat het achterliggende rechtsgoed van de Europese Verordening nr. 1334/2000, gericht op controle van dual-use goederen en het voorkomen van proliferatie van massavernietigingswapens, in beide landen gelijk is. Hoewel de Nederlandse regeling een ad hoc vergunningplicht kent gekoppeld aan een zorgplicht van de exporteur, en Duitsland een algemene vergunningplicht, acht de Hoge Raad dit niet van wezenlijk belang voor de dubbele strafbaarheid.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting bevat en dat het gevorderde verlof moet worden verleend. De zaak wordt zelf afgedaan door de Hoge Raad, die het bestreden vonnis vernietigt en het verlof voor overdracht van stukken aan de Duitse autoriteiten toewijst.
Uitkomst: Het verlof voor overdracht van inbeslaggenomen stukken aan de Duitse autoriteiten wordt door de Hoge Raad verleend.