ECLI:NL:PHR:2009:BI6315
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaringstermijn van vordering tot verklaring beperkte aansprakelijkheid onder CMR-Verdrag
Deze zaak betreft de uitleg van art. 32 lid 1 van Pro het CMR-Verdrag, specifiek of een door de vervoerder ingestelde vordering tot verklaring dat zijn aansprakelijkheid beperkt is tot het bedrag van art. 23 lid 3 CMR Pro als een rechtsvordering in de zin van dat artikel moet worden beschouwd, en welke verjaringstermijn dan geldt.
Uni-Data Logistics B.V. heeft het vervoer van computers uitbesteed en tijdens het transport vond diefstal plaats. Fortis, als gesubrogeerde verzekeraar, vorderde schadevergoeding. Uni-Data stelde een verklaring voor recht in dat haar aansprakelijkheid beperkt is. De rechtbank en het hof oordeelden dat deze vordering onder art. 32 lid 1 CMR Pro valt en dat de verjaringstermijn van drie jaar geldt omdat geen sprake is van opzet of schuld.
Fortis stelde dat de vordering verjaard was en dat de termijn één jaar is indien geen sprake is van opzet of schuld. De Hoge Raad onderzoekt deze kwesties en wijst op het verschil tussen het recht zelf en de rechtsvordering tot verklaring voor recht. Tevens wordt gewezen op het risico van forumshopping tussen Nederlandse en Duitse rechtspraak.
De Hoge Raad besluit de beslissing aan te houden in afwachting van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van art. 31 CMR Pro, die mede bepalend is voor de beantwoording van de vraag of de vordering van Uni-Data als rechtsvordering in de zin van art. 32 lid 1 CMR Pro moet worden aangemerkt.
Uitkomst: De beslissing op het principaal beroep wordt aangehouden in afwachting van een uitspraak van het Hof van Justitie over de uitleg van art. 31 CMR.