ECLI:NL:PHR:2009:BI5623
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belediging van politieambtenaren en uitleg van art. 266 jo. 267 Sr
In deze zaak stond de vraag centraal of het gebruik van scheldwoorden zoals "sukkels", "klootzakken", "loosers" en "kankerlijers" jegens politieambtenaren tijdens hun rechtmatige dienst een strafbare belediging oplevert volgens art. 266 jo Pro. 267 Sr.
Het hof had verdachte vrijgesproken omdat het oordeelde dat politieagenten een zeker incasseringsvermogen moeten hebben en de omstandigheden waaronder de woorden werden geuit onvoldoende waren om het beledigend karakter te bevestigen. De Hoge Raad stelt echter dat deze opvatting een onjuiste rechtsopvatting betreft, omdat woorden die op zichzelf beledigend zijn, ook als zodanig moeten worden beschouwd, ongeacht de functie van de ontvanger.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke uitlatingen wel als belediging zijn aangemerkt en benadrukt dat het gezag van politieambtenaren beschermd moet worden. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van de juiste uitleg van het begrip "belediging".
De conclusie onderstreept tevens de maatschappelijke discussie over de balans tussen strafrechtelijke handhaving en de wens tot de-escalatie in conflicten tussen burgers en politie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste uitleg van 'belediging' en verwijst terug voor nieuwe beoordeling.