ECLI:NL:PHR:2009:BI4940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onbetrouwbaarheid aangifte en bekentenissen in verkrachtingszaak
De aanvrager is bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam veroordeeld wegens meermalen gepleegde verkrachting van zijn zuster. Hij verzoekt herziening van dit vonnis op grond van betwisting van de betrouwbaarheid van de aangifte van het slachtoffer en zijn eigen bekennende verklaringen.
De zaak berust op verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, briefjes van het slachtoffer en de bekentenissen van de aanvrager zelf tijdens het vooronderzoek en de terechtzitting. Diverse deskundigen hebben twijfels geuit over de betrouwbaarheid van de verklaringen, mede vanwege het ontbreken van letsel en de omstandigheden van het politieonderzoek.
De Hoge Raad overweegt dat een herziening slechts mogelijk is bij een novum, een feitelijke omstandigheid die niet bekend was bij de eerdere berechting en die bij bekendheid tot vrijspraak zou hebben geleid. De aangevoerde twijfels betreffen voornamelijk meningen en interpretaties die de rechtbank destijds had kunnen betrekken. De aanvrager heeft zijn bekentenissen ook ter terechtzitting afgelegd en geen overtuigende verklaring gegeven voor zijn terugtrekking daarvan.
De conclusie is dat de aangevoerde gronden geen novum vormen en dat het verzoek tot herziening ongegrond is. De Hoge Raad wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de veroordeling wegens meervoudige verkrachting wordt afgewezen wegens het ontbreken van een novum.