ECLI:NL:PHR:2009:BI4688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onvoldoende motivering bij Opiumwetzaak
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet in de periode van 1 augustus 2003 tot en met 2 maart 2004. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op. Het hof motiveerde de straf mede door te verwijzen naar een Uittreksel Justitiële Documentatie waaruit zou blijken dat verdachte na het bewezenverklaarde feit opnieuw in strijd met de Opiumwet had gehandeld.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het Uittreksel niet onherroepelijke veroordelingen voor latere Opiumwetdelicten bevat, maar ook zaken die nog niet zijn afgedaan. Hierdoor is het niet begrijpelijk dat het hof dit heeft meegewogen bij de strafoplegging. De motivering van de straf is daardoor onvoldoende.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof of een ander hof voor hernieuwde behandeling. Het overige beroep wordt verworpen. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug naar het hof.