ECLI:NL:PHR:2009:BI0524
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslag onder klager ex artikel 94 Sv en rechthebbendheid geldbedrag
In deze zaak gaat het om een beslag op een geldbedrag van 41.000 Zwitserse francs onder klager op grond van artikel 94 Sv Pro. De rechtbank had het klaagschrift van klager ongegrond verklaard en het beslag in stand gelaten, omdat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag zou vorderen en omdat een ander, een vriend van klager, als rechthebbende moest worden aangemerkt.
Klager had verklaard dat het geld niet van hem was, maar van een vriend, die zich echter niet als rechthebbende had gemeld. De rechtbank oordeelde dat het redelijk en maatschappelijk niet onverantwoord was het geld aan die ander terug te geven. De Hoge Raad stelt dat dit oordeel onjuist en onvoldoende gemotiveerd is, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van tegenstrijdige belangen of dat het geld kennelijk door een strafbaar feit aan de rechthebbende is onttrokken.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechtbank eerst moet beoordelen of het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo niet, dan het beslag moet opheffen tenzij een ander als rechthebbende kan worden aangemerkt. Ook wijst de Hoge Raad op het ontbreken van wettelijke voorzieningen voor het onttrekken van geld aan het verkeer bij een witwasluchtje zonder voldoende bewijs.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beslissing en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beslissing op het klaagschrift.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt beslissing rechtbank en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van beslag en rechthebbendheid.