ECLI:NL:PHR:2009:BH9031

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04347
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen door verdachte

Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Daarnaast zijn bijzondere voorwaarden en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd aan verdachte.

Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld, maar heeft geen middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn bij de Hoge Raad ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Tevens wordt opgemerkt dat de wet geen voorziening bevat voor het instellen van cassatieberoep door benadeelde partijen indien verdachte of het Openbaar Ministerie geen beroep instellen, wat de bevoegdheid van de Hoge Raad beperkt in dergelijke gevallen.

Deze zaak is verbonden met meerdere andere zaken waarin soortgelijke conclusies zijn getrokken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 08/04347
Mr. Machielse
Zitting 24 maart 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte 8](1)
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft de verdachte op 8 februari 2008 voor 3. "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen" en 4. "openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Aan die veroordeling heeft het hof een bijzondere voorwaarde verbonden. Tevens heeft het hof beslissingen genomen op de vordering van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.
2. Mr. R. Heemskerk, advocaat te 's-Gravenhage, heeft namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
3. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het namens verdachte ingestelde beroep
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nr. 08/00877 ([verdachte 2]), nr. 08/00800 ([verdachte 3]), nr. 08/00807 ([verdachte 1]), nr. 08/00948 ([verdachte 5]), nr. 08/03942 ([verdachte 6]) en nr. 08/03943 ([verdachte 7]) waarin ik eveneens vandaag concludeer.