ECLI:NL:PHR:2009:BH9031
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen door verdachte
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, met een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Daarnaast zijn bijzondere voorwaarden en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd aan verdachte.
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld, maar heeft geen middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn bij de Hoge Raad ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Tevens wordt opgemerkt dat de wet geen voorziening bevat voor het instellen van cassatieberoep door benadeelde partijen indien verdachte of het Openbaar Ministerie geen beroep instellen, wat de bevoegdheid van de Hoge Raad beperkt in dergelijke gevallen.
Deze zaak is verbonden met meerdere andere zaken waarin soortgelijke conclusies zijn getrokken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van middelen van cassatie.