ECLI:NL:PHR:2009:BH8607
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor niet voldoen aan wettelijk bevel ondanks grensoverschrijding
Verdachte werd op Nederlands grondgebied aangehouden door leden van de Koninklijke Marechaussee en vervolgens deels op Duits grondgebied vervoerd en onderzocht. Er werd betoogd dat hierdoor de Duitse soevereiniteit was geschonden en dat het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De politierechter en het gerechtshof verwierpen dit verweer, stellende dat de schending van de Duitse soevereiniteit beperkt was en geen inbreuk maakte op de rechten van verdachte. De Hoge Raad bevestigde dat een dergelijke schending geen grond is voor niet-ontvankelijkheid, tenzij sprake is van ernstige inbreuk op de procesorde.
Daarnaast werd betwist of de noodverordening van de burgemeester rechtsgeldig was bekrachtigd door de Commissaris van de Koningin, en of de ondertekening van het besluit rechtsgeldig was. De Hoge Raad oordeelde dat de bekendmakingregels niet van toepassing zijn op het administratief beroep en dat de ondertekening door de kabinetschef rechtsgeldig was, ook zonder onderliggende mandaatregeling.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde het vonnis van de politierechter en het gerechtshof dat verdachte schuldig is aan het niet voldoen aan een wettelijk bevel, met een voorwaardelijke geldboete van 240 euro.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het niet voldoen aan een wettelijk bevel met een voorwaardelijke geldboete van 240 euro.