ECLI:NL:RBAMS:2009:BK9190
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- A.J. Dondorp
- I.V. Ottens
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Duitsland ondanks bezwaren over rechtmatigheid opsporing en soevereiniteit
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens betrokkenheid bij drugshandel en voorbereidingshandelingen. De opgeëiste persoon betwistte de overlevering met verschillende verweren, waaronder dat er sprake zou zijn van een lopende strafvervolging in Nederland, onrechtmatige opsporingshandelingen, schending van de Nederlandse soevereiniteit en onvoldoende concreetheid van de feiten.
De rechtbank oordeelde dat de opsporingshandelingen in Nederland uitsluitend plaatsvonden op basis van Duitse rechtshulpverzoeken en dus geen zelfstandige strafvervolging in Nederland vormden. De beschuldigingen waren voldoende concreet omschreven en voldeden aan de eisen van dubbele strafbaarheid. Daarnaast werd het verweer dat de inzet van Duitse undercoveragenten en burgerinfiltranten in Nederland onrechtmatig zou zijn, verworpen omdat deze inzet met medeweten en instemming van de Nederlandse autoriteiten had plaatsgevonden.
Ook het beroep op schending van de Nederlandse soevereiniteit werd afgewezen, waarbij de rechtbank bevestigde dat alleen staten zich op dit beginsel kunnen beroepen en dat eventuele schendingen van de procesorde door de Duitse rechter moeten worden beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat het vertrouwensbeginsel tussen Nederland en Duitsland niet was geschonden en dat de overlevering daarom kon worden toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe ondanks de aangevoerde bezwaren.