ECLI:NL:PHR:2009:BH2142
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie in belastingfraudezaak over deelname aan criminele organisatie en valsheid in geschrift
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met valsheid in geschrift, het doen van onjuiste vennootschapsbelastingaangiften en omkoping van anderen dan ambtenaren. De organisatie had een duurzaam en gestructureerd karakter en werkte planmatig om haar doel te bereiken.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat zijn verklaringen onder druk waren afgedwongen, in strijd met artikel 29 Sv Pro, het Folterverdrag en artikel 6 EVRM Pro, en dat het hof ten onrechte deze verklaringen als bewijs had gebruikt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende had onderzocht dat het detentieregime niet afweek van dat van anderen, dat verdachte vrijwillig en met bijstand van een raadsman had verklaard, en dat er geen sprake was van onrechtmatige druk of dwang.
Daarnaast werd het oogmerk van de organisatie om misdrijven te plegen bevestigd door het hof, waarbij ook legale transacties werden gecombineerd met strafbare feiten. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. De strafrechtelijke veroordeling bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie en belastingfraude.