ECLI:NL:HR:2009:BH2142
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak belastingfraude en criminele organisatie
In deze zaak stond verdachte terecht voor belastingfraude en deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van personen buiten de ambtenarij. Het Gerechtshof Amsterdam had verdachte eerder veroordeeld. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen van cassatie niet tot een cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen. Hiermee bleef het vonnis van het hof in stand en werd de veroordeling van verdachte bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.