ECLI:NL:PHR:2009:BG9898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken inhouding dividendbelasting bij aandelenomwisseling
De zaak betreft het geschil over een aandelenomwisseling waarbij belanghebbenden hun aandelen in dakpanfondsen A en B omwisselden voor aandelen in C, na een openbaar bod van K N.V., een vehikel van ABN AMRO Bank. De kern van het geschil is of bij deze transactie dividendbelasting is ingehouden ten laste van de belanghebbenden.
De belanghebbenden maakten bezwaar tegen een vermeende inhouding van dividendbelasting, maar de Inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat geen sprake was van inhouding in de zin van de wet. Het Hof bevestigde dit oordeel, stellende dat de vaststellingsovereenkomst tussen de banken en de fiscus uitsluitend betrekking had op een latente vennootschapsbelastingschuld en niet op dividendbelasting.
De belanghebbenden voerden aan dat niet alle relevante stukken waren overgelegd, waaronder ordners die onder een strafrechtelijk onderzoek vielen. Het Hof oordeelde dat deze stukken niet relevant waren voor de zaak en wees het verzoek tot heropening van het onderzoek af. De Hoge Raad stelt dat het begrip "op de zaak betrekking hebbende stukken" ruim moet worden opgevat en dat het Hof ten onrechte de relevantie van stukken afhankelijk heeft gemaakt van zijn materiële oordeel over de inhouding.
De Hoge Raad concludeert dat de belanghebbenden terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard omdat er geen inhouding dividendbelasting heeft plaatsgevonden. Tevens oordeelt de Raad dat het Hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom bepaalde stukken niet overgelegd hoefden te worden en dat de procesorde geschonden is door het rauwelijks doorzenden van stukken zonder de Inspecteur gelegenheid te geven zich te beraden.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Belanghebbenden zijn niet-ontvankelijk in hun bezwaar omdat geen dividendbelasting is ingehouden.