ECLI:NL:PHR:2009:BG9135

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00750/07 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36d SrArt. 81 SvArt. 5.1.1 VoertuigreglementArt. 8.1 Voertuigreglement
Verwijzingen
10 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onttrekking aan het verkeer van scooter met onleesbaar VIN-nummer

Op 2 september 2005 werd een scooter door de politie in beslag genomen omdat het voertuigidentificatienummer (VIN) volledig was verwijderd en het motornummer was bewerkt, waardoor de identiteit van de scooter niet kon worden vastgesteld. De rechtbank 's-Hertogenbosch wees op 8 december 2006 de vordering tot onttrekking aan het verkeer van deze scooter toe.

De belanghebbende werd vrijgesproken van opzet/schuldheling door de kinderrechter op 7 februari 2006, maar de vrijspraak was niet nader gemotiveerd. Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat het ongecontroleerde bezit van een voertuig met een vals of onleesbaar gemaakt VIN-nummer strijdig is met de wet en het algemeen belang, omdat dergelijke voertuigen vaak van diefstal afkomstig zijn en het bezit daarvan de bestrijding van diefstal ondermijnt.

De Hoge Raad stelde vast dat de scooter niet voldeed aan de wettelijke eisen zoals opgenomen in het Voertuigreglement en het Wetboek van Strafrecht. Het middel van cassatie dat de beschikking ontoereikend gemotiveerd zou zijn, faalde. De Hoge Raad herstelde een administratief verzuim en trok de eerdere beschikking in, waarna de zaak werd afgedaan op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onttrekking aan het verkeer van de scooter vanwege het ontbreken van een leesbaar voertuigidentificatienummer.

Conclusie

Nr.00750/07 B
Mr. Machielse
Zitting 6 januari 2009
Conclusie inzake:
[Belanghebbende = verdachte]
1. De Rechtbank 's-Hertogenbosch heeft op 8 december 2006 de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een in beslag genomen scooter toegewezen.
2. Mr. G.J.B.C. Maton, advocaat te 's-Hertogenbosch, heeft cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat de beschikking van de rechtbank ontoereikend is gemotiveerd omdat uit de beschikking niet kan blijken dat aan de voorwaarden voor onttrekking aan het verkeer is voldaan. Niet kan blijken van enigerlei relatie met enig strafbaar feit.
3.2. De beschikking houdt onder meer het volgende in:
"De beoordeling
De scooter is op 2 september 2005 door de politie Brabant-Noord onder [belanghebbende] in beslag genomen. Na technisch onderzoek aan de scooter is gebleken dat de schetsplaat met daarop het Voertuig Identificatie Nummer in zijn geheel was verwijderd en het motornummer was bewerkt zodat de identiteit van de scooter niet kon worden vastgesteld. Het ongecontroleerde bezit van de scooter is derhalve in strijd met de wet, zodat de scooter vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer."
3.3. Uit de stukken van het geding is af te leiden dat klager door de kinderrechter in de rechtbank te 's-Hertogenbosch op 7 februari 2006 is vrijgesproken van de tenlastegelegde opzet/schuldheling. De vrijspraak is niet nader gemotiveerd. Verdachte was, zo blijkt uit de stukken, door de politie aangetroffen, rijdende op een Gilera scooter zonder kenteken- of verzekeringsplaat.
3.4. Art. 36d Sr heeft de volgende inhoud:
"Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan."
Artikel 3.6.3 Voertuigreglement luidt aldus:
Artikel 5.6.1 Voertuigreglement heeft de volgende inhoud:
"1. Bromfietsen moeten voldoen aan de volgende eisen:
a. het voertuig is in overeenstemming met de op het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs en in het kentekenregister omtrent het voertuig vermelde gegevens;
b. het identificatienummer is op een vast voertuigdeel ingeslagen en is goed leesbaar;
(...)"
Het eerste lid, aanhef en onder c, van artikel 5.1.1. Voertuigreglement luidt:
"1. Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien het voertuig:
(...)
c. niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen."
Overtreding van art. 5.1.1. eerste lid is volgens artikel 8.1. Voertuigreglement een strafbaar feit.
3.5. Het rijden met de in beslag genomen scooter is een strafbaar feit. De rechtbank heeft vastgesteld dat de scooter niet aan de wettelijke eisen voldoet en dat het bezit ervan in strijd is met de wet.
In aanmerking genomen dat het een feit van algemene bekendheid is dat voertuigen die zijn voorzien van een vals of onleesbaar gemaakt VIN-nummer geheel of gedeeltelijk van diefstal of een soortgelijk misdrijf afkomstig plegen te zijn, dat het ongecontroleerde bezit van dergelijke voertuigen afbreuk doet aan een effectieve voorkoming en bestrijding van met gestolen voertuigen bedreven handel en dat daarvan tevens een bevorderende werking op diefstal van bijvoorbeeld scooters als de onderhavige uitgaat, is het ongecontroleerde bezit van de onderhavige scooter in strijd met het algemeen belang.(1)
4. Het middel faalt. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 21 november 2000, AA8406; HR 12 november 2002, NJ 2003, 595; HR 11 november 2003, LJN AL6178; HR 9 december 2003, NJ 2004, 154.