ECLI:NL:PHR:2009:BG8795
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkende werking van redelijkheid en billijkheid bij exorbitante commissie assurantietussenpersoon
In deze zaak staat de aanspraak van een assurantietussenpersoon op een hoge commissie voor inkomende facultatieve herverzekeringen centraal. De assurantietussenpersoon, hier aangeduid als eiseres, vordert een commissiepercentage van 10%, terwijl de verzekeraar Avéro stelt dat het gebruikelijke percentage slechts 2,5% bedroeg en dat de hogere commissie exorbitant is.
De rechtbank had op basis van een deskundigenrapport geoordeeld dat de commissie van 10% exorbitant was en dat eiseres geen aanspraak had op een hoger percentage dan 2,5%. Het hof vernietigde dit vonnis gedeeltelijk en oordeelde dat de bewijslast voor het bestaan van de afspraak over het hogere percentage bij eiseres lag, wat in cassatie werd bekritiseerd.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de bewijslast bij eiseres zou liggen, terwijl Avéro onvoldoende heeft toegelicht op welke grondslag haar vordering rust. De Hoge Raad benadrukt dat de bewijslast bij de partij ligt die een vordering instelt en dat onduidelijkheid over de stellingen van de tegenpartij niet mag leiden tot een onjuiste bewijslastverdeling.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en benadrukt de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid bij exorbitante commissies, evenals het belang van een heldere bewijslastverdeling. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste bewijslastverdeling en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.