ECLI:NL:PHR:2009:BG7411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beschermingsomvang en nietigheid Europees octrooi voor ingreepkatheter met tweelagige binnenbuis
Schneider, houdster van het Europees octrooi EP 0.650.740 B1 voor een ingreepkatheter met een binnenbuis bestaande uit een polyethyleen binnenlaag en een polyamide buitenlaag, vorderde dat Cordis inbreuk maakte op dit octrooi. Cordis betwistte dit en stelde het octrooi nietig wegens niet-nawerkbaarheid en gebrek aan inventiviteit.
De rechtbank oordeelde dat het octrooi geldig en nawerkbaar is en dat Cordis inbreuk maakte door equivalentie. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde vast dat Cordis geen inbreuk maakte omdat zij een eigen chemische bindingstechniek gebruikte die niet onder het octrooi valt. Het hof verwierp tevens het nietigheidsberoep van Cordis.
In cassatie stond centraal de uitleg van de term "a polyethylene" in het octrooi, waarbij de Hoge Raad het oordeel van het hof bevestigde dat dit begrip niet generiek alle copolymeren omvat, zoals het door Cordis gebruikte Plexar. Ook werd bevestigd dat het octrooi nawerkbaar is en inventiviteit bezit, mede omdat het een technisch vooroordeel overwint over de hechting van polyethyleen en polyamide. Het cassatieberoep van Schneider en het incidenteel beroep van Cordis werden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Schneider en het incidenteel cassatieberoep van Cordis worden verworpen; het octrooi blijft geldig en er is geen inbreuk door Cordis.