ECLI:NL:PHR:2009:BG6154
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betekening dagvaarding en termijn in hoger beroep in strafzaak wegenverkeerswet
In deze strafzaak is de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De kern van het cassatieberoep betrof de vraag of de verzending van een afschrift van de dagvaarding aan het GBA-adres van de verdachte als betekening moet worden beschouwd en of de wettelijke termijn van ten minste tien dagen tussen betekening en terechtzitting in acht is genomen.
De Hoge Raad stelt vast dat de betekening van de dagvaarding is voltooid met de uitreiking aan de griffier van de rechtbank, conform artikel 588 lid 3 onder Pro c Sv. De verzending van een afschrift aan het GBA-adres is een aanvullende maatregel die onverwijld moet plaatsvinden, maar geen onderdeel is van de betekening zelf. Daarom geldt de termijn van tien dagen alleen voor de betekening, niet voor de verzending van het afschrift.
De Hoge Raad verwerpt het middel dat stelt dat de termijn niet kan worden nagegaan vanwege het ontbreken van een verzendingsdatum. Ook is niet gesteld dat het afschrift niet is verzonden of niet onverwijld. De veroordeling en het verstekvonnis worden bevestigd, waarbij wordt aangenomen dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om ter terechtzitting aanwezig te zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.