ECLI:NL:PHR:2009:BG5859
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor gezondheidsschade door blootstelling aan neurotoxische stoffen
De zaak betreft een werknemer die jarenlang bij Rendamax heeft gewerkt en door blootstelling aan neurotoxische oplosmiddelen ernstige gezondheidsklachten heeft ontwikkeld, waaronder een longaandoening en chronische toxische encefalopathie (CTE). Hij vordert aansprakelijkheid van zijn werkgever op grond van art. 7:658 BW Pro wegens onvoldoende bescherming tegen gevaarlijke stoffen.
De rechtbank en het hof hebben vastgesteld dat de werknemer daadwerkelijk lijdt aan CTE en dat hij gedurende zijn werkzaamheden in relevante mate is blootgesteld aan schadelijke stoffen. Rendamax heeft dit betwist, met name de mate van blootstelling en de diagnose, maar het hof heeft geoordeeld dat Rendamax onvoldoende bewijs heeft geleverd om deze stellingen te onderbouwen.
De Hoge Raad toetst in cassatie of het hof de juiste maatstaven heeft toegepast ten aanzien van de stelplicht en bewijslast van de werknemer. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geconcludeerd dat de werknemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij is blootgesteld aan schadelijke stoffen en dat de diagnose CTE terecht is gesteld. De klachten van Rendamax worden verworpen, mede omdat het hof de medische rapporten zorgvuldig heeft gewogen en de diagnose niet ter discussie staat.
De uitspraak onderstreept de verantwoordelijkheid van werkgevers om adequate maatregelen te treffen ter bescherming van werknemers tegen schadelijke blootstellingen en bevestigt dat werknemers hun gezondheidsschade kunnen verhalen indien zij aannemelijk maken dat deze het gevolg is van werkgerelateerde blootstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van Rendamax voor de gezondheidsschade van de werknemer door blootstelling aan neurotoxische stoffen.