ECLI:NL:PHR:2009:BF5603
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik warmtebeeldkijker bij opsporing hennepkwekerij geen onrechtmatige inbreuk privacy
In deze zaak stond centraal de vraag of het gebruik van een warmtebeeldkijker door opsporingsambtenaren bij een woning van verdachte een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormt, waardoor het verkregen bewijs zou moeten worden uitgesloten. De politie had op basis van een vermoeden van een hennepkwekerij onderzoek verricht met een warmtebeeldkijker, wat leidde tot het aantreffen van een hennepkwekerij in de woning.
De verdediging stelde dat het gebruik van de warmtebeeldkijker onrechtmatig was en dat het bewijs daarom niet mocht worden gebruikt. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het gebruik van de warmtebeeldkijker geen inbreuk op het recht op privacy opleverde, omdat het slechts een eenmalige, oppervlakkige controle betrof en geen stelselmatige observatie van een persoon.
De Hoge Raad bevestigde deze lijn en stelde dat het gebruik van de warmtebeeldkijker een opsporingsmiddel is dat geen specifieke wettelijke grondslag behoeft, omdat het volgens het huidige inzicht van de wetgever geen inbreuk maakt op de privacy. De warmtebeeldkijker meet immers alleen algemene warmteverschillen aan de buitenkant van een woning en dringt niet door in de privésfeer van de bewoner. Het middel faalt en het bewijs blijft toelaatbaar.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, waardoor de Hoge Raad ambtshalve de straf kan matigen. De uitspraak van het hof werd vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft, met behoud van het overige oordeel.
Uitkomst: Gebruik van warmtebeeldkijker is rechtmatig en levert toelaatbaar bewijs op; strafoplegging wordt vernietigd wegens termijnoverschrijding.