ECLI:NL:PHR:2009:BD9214
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen navordering douanerechten wegens onjuiste oorsprongsverklaring boter uit Estland
Belanghebbende, een douane-expediteur, had voor 11 zendingen boter EUR.1-certificaten overgelegd die de Estse oorsprong van de goederen moesten aantonen. Na onderzoek door Estse autoriteiten werden deze certificaten ongeldig verklaard omdat de exporteur de originele documenten niet had bewaard. De Inspecteur vorderde daarop navordering van douanerechten, wat belanghebbende betwistte.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat belanghebbende overtuigend moest bewijzen dat de boter geheel en al in Estland was verkregen. Het Hof wees het beroep af omdat niet alle benodigde bewijsstukken waren overgelegd en de overgelegde documenten niet voldoende verifieerbaar waren. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat bij ontbreken van originele bewijsstukken door de exporteur de importeur de oorsprong moet aantonen.
De Hoge Raad verwijst naar relevante communautaire regelgeving en jurisprudentie, waaronder het arrest Beemsterboer, waarin is bepaald dat alleen objectief en verifieerbaar bewijs kan leiden tot het erkennen van oorsprong zonder EUR.1-certificaat. De Hoge Raad oordeelt dat de afgifte van onjuiste certificaten niet als vergissing van de douaneautoriteiten kan worden aangemerkt indien deze gebaseerd zijn op een onjuiste weergave van feiten door de exporteur. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten blijft in stand.