ECLI:NL:PHR:2008:BF1045
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevordering informant wegens onrechtmatige overheidsdaad bij aanhouding en vervolging
Eiser was vanaf 1996 informant voor de Criminele Inlichtingendienst en werd in 1999 aangehouden en vervolgd wegens betrokkenheid bij drugshandel. De strafzaak eindigde met niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie vanwege onzorgvuldig handelen en onvoldoende belangenafweging bij zijn aanhouding en vervolging.
In deze civiele procedure vorderde eiser schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad, onder meer omdat zijn rol als informant in strafdossiers werd opgenomen, wat leidde tot bedreigingen en psychische klachten. De rechtbank en het hof wezen de vordering af, omdat het oorzakelijk verband tussen de onrechtmatige daad en de schade ontbrak.
De Hoge Raad bevestigde dat de onzorgvuldigheid bestond, maar dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat anonimisering van zijn rol als informant mogelijk was en dat de Staat voldoende bescherming bood via een beschermingsprogramma. Ook werd benadrukt dat eiser onschuldig moet worden gehouden zolang geen strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de schadevordering van de informant tegen de Staat af wegens ontbreken van oorzakelijk verband en voldoende bescherming door de Staat.