ECLI:NL:HR:2008:BF1045

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/090HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevordering wegens onrechtmatige overheidsdaad door de Staat

Eiser heeft de Staat gedagvaard wegens een vermeende onrechtmatige overheidsdaad en vorderde materiële en immateriële schadevergoeding. De rechtbank wees de vorderingen af, wat door het gerechtshof werd bekrachtigd. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het beroep.

Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de afwijzing van de schadevordering door de lagere instanties in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadevordering van eiser wordt afgewezen.

Uitspraak

31 oktober 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/090HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 14 mei 2003 de Staat gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd:
1. voor recht te verklaren dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem;
2. de Staat te veroordelen aan [eiser] een bedrag van € 74.762,55 aan materiële schadevergoeding te betalen, met rente;
3. de Staat te veroordelen tot betaling aan [eiser] van de overige materiële en immateriële schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
De Staat heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 augustus 2004 de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 14 december 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 2.311,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 oktober 2008.