ECLI:NL:PHR:2008:BD8772
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over afschrijving op economische eigendom van opstallen en praktische betekenis van overeenkomst
Belanghebbende en zijn broer zijn gezamenlijk eigenaar van aandelen in Beheer B.V., welke alle aandelen houdt in B B.V. De broers zijn tevens eigenaar van grond met opstallen die door B B.V. worden gebruikt. Een overeenkomst uit 1998 betreft de overdracht van de economische eigendom van de opstallen van Beheer B.V. aan de broers voor ƒ 1.085.000. Het hof oordeelde dat deze overeenkomst geen praktische betekenis heeft omdat niet is gesteld of gebleken dat Beheer B.V. ooit de economische eigendom had, en wees afschrijving op de opstallen af.
De Hoge Raad constateert dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of Beheer B.V. mogelijk een economisch recht van opstal had en dat belanghebbende niet duidelijkheid heeft verschaft over de overeenkomst. Hoewel het hof het standpunt van belanghebbende dat hij als economisch eigenaar mag afschrijven onderschrijft, kan de grondslag van ƒ 1.085.000 niet worden gebruikt omdat het hof de overeenkomst geen betekenis toekent.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof belanghebbende niet in de gelegenheid heeft gesteld om zich uit te laten over de afschrijvingshoogte bij het scenario dat de overeenkomst geen praktische betekenis heeft. Daarom worden de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken vernietigd en de zaken verwezen voor nader onderzoek.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor nader onderzoek terug vanwege onvoldoende procesrechtelijke waarborgen.