ECLI:NL:HR:2008:BD8772
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afschrijvingsrecht op opstallen bij economische eigendom en kostprijsbepaling
Belanghebbende en zijn broer zijn ieder voor de helft gerechtigd tot de aandelen in Beheer B.V., die op haar beurt alle aandelen houdt in B B.V. Deze laatste exploiteert een onderneming op een bedrijfscomplex met opstallen zoals showrooms en werkplaatsen. De broers zijn ook maat in een maatschap die onroerende zaken verhuurt aan B B.V.
In geschil is of belanghebbende op de opstallen mag afschrijven op grond van artikel 35 Wet Pro IB 1964. Het hof oordeelde dat de overeenkomst waarbij de economische eigendom van de opstallen werd overgedragen aan de broers geen praktische betekenis heeft, omdat niet is gesteld of gebleken dat Beheer B.V. ooit de economische eigendom had. De A-G stelt dat dit oordeel impliceert dat de broers altijd juridisch en economisch eigenaar zijn geweest, en dat belanghebbende als economisch eigenaar op de opstallen kan afschrijven.
De kostprijs van de opstallen is gesteld op f 1.085.000, onderbouwd met een niet bestreden taxatierapport. Het hof heeft echter geoordeeld dat dit bedrag niet als grondslag kan dienen voor afschrijving. De A-G stelt dat het hof belanghebbende eerst had moeten laten reageren op de hoogte van de afschrijvingen in dat scenario. Nu dit niet is gebeurd, zijn de klachten gegrond en wordt het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard omdat het hof belanghebbende niet de gelegenheid gaf zich uit te laten over de afschrijvingsgrondslag.