ECLI:NL:PHR:2008:BD3665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verstekverlening ondanks betwisting aanwezigheid verdachte tijdens terechtzitting
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld terwijl hij verstek verleend kreeg wegens niet verschijnen. In cassatie werd aangevoerd dat verdachte wel tijdig aanwezig was, maar door bodes verkeerd werd geleid en daardoor de zitting miste. De raadsman verzocht om aanhouding, maar het Hof wees dit af omdat geen geldige reden werd gegeven voor het ontbreken van verdachte.
De Hoge Raad overwoog dat het proces-verbaal van de terechtzitting de primaire bron is voor de feiten ter zitting. Daaruit bleek dat de raadsman niet gemachtigd was en dat het aanhoudingsverzoek werd gedaan omdat verdachte niet aanwezig kon zijn, wat niet strookt met de stelling dat verdachte wel aanwezig was. De stellingen van de raadsman over de verkeerde verwijzing en late aankomst konden niet worden onderbouwd met feitelijke grondslag binnen het geding.
De Hoge Raad stelde dat zonder schriftelijke bevestiging van het Hof of een tijdig gemotiveerd verzoek om heropening van het onderzoek, het middel faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen verstekverlening wordt verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag.