ECLI:NL:PHR:2008:BD1720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onvoorwaardelijke taakstraf ondanks psychiatrische problematiek verdachte
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 30 uur wegens meervoudige beschadiging van goed, bedreiging en mishandeling. De advocaat-generaal had een onvoorwaardelijke taakstraf gevorderd, terwijl de raadsman van verdachte pleitte voor ontslag van rechtsvervolging of subsidiair een voorwaardelijke straf, vanwege een psychose en psychiatrische problematiek.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor een zodanige geestelijke stoornis dat de strafbaarheid geheel uitgesloten kon worden. Wel achtte het hof aannemelijk dat de feiten slechts in verminderde mate aan verdachte konden worden toegerekend. Gezien de ernst van de feiten vond het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, maar legde in plaats daarvan een onvoorwaardelijke taakstraf op, mede gelet op een voorlichtingsrapport dat waarschuwde voor een verhoogde kans op recidive bij een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
De raadsman stelde in cassatie dat het hof een vergissing had gemaakt door een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen terwijl het rapport en de vordering van de advocaat-generaal wezen op een voorwaardelijke straf. De Hoge Raad oordeelde echter dat de vordering in het proces-verbaal, die doorslaggevend is, een onvoorwaardelijke taakstraf betrof en dat de strafmotivering voldoende was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onvoorwaardelijke taakstraf van 30 uur ondanks psychiatrische problematiek van verdachte.