ECLI:NL:PHR:2008:BC9364
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vernietiging koopovereenkomst wegens dwaling bij onroerend goed
Eisers sloten op 21 april 2004 een koopovereenkomst voor een woning in een villacomplex, waarbij zij verwachtten dat op het aangrenzende terrein slechts vier garages zouden worden gebouwd. Na ontdekking dat een groter garagecomplex gepland was, ontbonden zij de koop en stelden zij dat zij recht hadden op vernietiging wegens dwaling en schending van de mededelingsplicht.
De verkopers stelden dat zij aan hun mededelingsplicht hadden voldaan door inzage te geven in bouwtekeningen en dat de kopers de koopovereenkomst niet waren nagekomen, waardoor zij aanspraak maakten op een boete. De rechtbank mat de boete, wees de vernietigingsvordering af en het hof bevestigde dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de uitleg van de overeenkomst en de mededelingsplicht zorgvuldig had gewogen, dat de kopers onvoldoende hadden gesteld dat de aard en omvang van de bebouwing op het aangrenzende terrein voor hen van beslissende betekenis waren bij het sluiten van de overeenkomst, en dat het cassatieberoep daarom faalde.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en de koopovereenkomst blijft geldig zonder vernietiging wegens dwaling.