ECLI:NL:PHR:2008:BC8637
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij tenaamstelling auto en valsheid in geschrifte
De aanvrager is bij vonnis van de kantonrechter veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig dat op zijn naam stond. Hij verzoekt herziening op grond van de stelling dat zijn eeneiige tweelingbroer de auto zonder zijn medeweten op zijn naam heeft gezet.
Nader onderzoek en verklaringen, waaronder die van een garagehouder en de broer zelf, ondersteunen deze stelling. De broer verkeerde in staat van faillissement en had reden om de auto op naam van de aanvrager te zetten. De Hoge Raad oordeelt dat deze omstandigheid bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend was en het ernstige vermoeden wekt dat de aanvrager anders zou zijn vrijgesproken.
De verklaringen van de betrokkenen zijn tegenstrijdig over de mate van medeweten, maar dat is voor de herziening niet doorslaggevend. De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening gegrond, beveelt opschorting of schorsing van tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.