ECLI:NL:PHR:2008:BC7921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat trappenhuis flatgebouw een besloten lokaal is en verwerpt bewijsuitsluiting wegens onrechtmatige aanhouding
De zaak betreft de cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het wederrechtelijk binnendringen in een besloten lokaal, te weten het trapportaal van de flat Eeftink. Het hof had vastgesteld dat het trapportaal onderdeel is van het flatgebouw en als zodanig kenbaar van de omgeving is afgescheiden, waardoor het als besloten lokaal in de zin van artikel 138 Sr Pro moet worden aangemerkt.
De verdediging voerde aan dat het trappenhuis niet als besloten lokaal kon worden aangemerkt omdat niet was vastgesteld of het trappenhuis was afgesloten en of het publiek er toegang toe had. Ook werd betoogd dat de aanhouding onrechtmatig was omdat verdachte werd aangehouden wegens overtreding van artikel 2.3 van de APV Amsterdam, die alleen geldt op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw, terwijl het trappenhuis niet publiek toegankelijk zou zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip besloten lokaal ruim moet worden uitgelegd en dat het trapportaal van een flatgebouw als zodanig kan worden aangemerkt, ook als het niet geheel afgesloten is. Het hof mocht oordelen dat het trapportaal bestemd is voor bewoners en hun bezoekers en dat de rechthebbenden de toegang kunnen reguleren. De aanhouding was rechtmatig omdat er een redelijk vermoeden van schuld bestond op grond van het aantreffen van verdachte met middelen die duiden op druggebruik in een voor publiek toegankelijke plaats. De Hoge Raad verwierp het middel dat bewijsuitsluiting wegens onrechtmatige aanhouding zou moeten volgen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het wederrechtelijk binnendringen in het besloten lokaal van het trapportaal van de flat Eeftink; de aanhouding was rechtmatig en bewijsuitsluiting wordt afgewezen.