ECLI:NL:HR:2003:AN7304

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00639/03
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Begrip besloten lokaal bij wederrechtelijk binnendringen volgens art. 138 Sr

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het wederrechtelijk binnendringen in een besloten lokaal, te weten het Spaanse consulaat te Amsterdam. De verdachte had zich met een ander op een balkon van het consulaat begeven, dat via balkondeuren toegankelijk is en integraal deel uitmaakt van het besloten lokaal.

De verdediging voerde aan dat het balkon geen lokaal in de zin van art. 138 Sr Pro is, en dat verdachte daarom vrijgesproken moest worden. Het hof verwierp dit verweer omdat het balkon onderdeel uitmaakt van het besloten lokaal, ondanks dat het van buitenaf via een ladder bereikbaar is.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven omtrent het begrip 'besloten lokaal' en dat de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd is. Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.

Het arrest bevestigt dat het begrip binnendringen in een besloten lokaal ook het zich begeven op een balkon omvat, mits dit balkon integraal deel uitmaakt van het lokaal en tegen de wil van de rechthebbende wordt betreden.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens binnendringen in een besloten lokaal blijft in stand.

Uitspraak

9 december 2003
Strafkamer
nr. 00639/03
AGJ/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 29 november 2002, nummer 23/001683-01, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 29 september 2000 - de verdachte ter zake van "het in een besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot € 115,--, subsidiair twee dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.Th. Hummels, advocaat te Zeist, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling van het tweede middel
4.1. Het middel klaagt erover dat het Hof ten onrechte het verweer heeft verworpen dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde binnendringen in een besloten lokaal.
4.2. Ten laste van de verdachte is, overeenkomstig de tenlastelegging, bewezenverklaard dat hij:
"op 5 juli 2000 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan het Frederiksplein en in gebruik bij het Spaanse consulaat."
Het Hof heeft dit feit gekwalificeerd als onder 1 vermeld.
4.3. De term 'besloten lokaal' is in de tenlastelegging en bewezenverklaring klaarblijkelijk gebezigd in de betekenis die daaraan toekomt in art. 138 Sr Pro.
4.4. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer in het verkorte arrest als volgt samengevat en verworpen:
"De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat verdachte van het hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken omdat het sierbalkonnetje waar verdachte naar toe is gegaan geen lokaal is in de zin van artikel 138 Wetboek Pro van Strafrecht.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Het Spaanse consulaat is een besloten lokaal in de zin van artikel 138 Wetboek Pro van Strafrecht. De strekking van artikel 138 Wetboek Pro van Strafrecht brengt mee dat daarin het woord "binnendringen" beschouwd moet worden als het betreden van een woning, besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, indien degene die zich daarin of daarop begeeft, zulks doet tegen de voor hem onmiskenbare wil van de rechthebbende.
Het balkon waar verdachte zich met de medeverdachte op heeft begeven -door de raadsman als "sierbalkonnetje" aangeduid- is, naar uit de stukken blijkt, gelegen op de 1e verdieping van het consulaat, het maakt daar deel van uit en het is via balkondeuren toegankelijk vanuit het consulaat. Dit balkon maakt aldus naar het oordeel van het hof integraal deel uit van het besloten lokaal. Dat het balkon van buiten af via een ladder bereikt kan worden doet daar niet aan af. Het hof verwerpt derhalve het verweer."
4.5. Het oordeel van het Hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip 'besloten lokaal' als bedoeld in art. 138 Sr Pro. De bewezenverklaring is derhalve toereikend gemotiveerd.
4.6. Het middel faalt.
5. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 9 december 2003.