ECLI:NL:PHR:2008:BC4846
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnstelling curator onder voorbehoud betwisting pandrecht in faillissement
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Cantor Holding BV en Beleggingsmaatschappij Mercurius BV enerzijds en de curator in het faillissement van Ebcon Holding NV anderzijds. Cantor en Mercurius stellen een pandrecht te hebben op vorderingen van Ebcon Holding op Infraconcepts NV. De curator heeft hen een termijn gesteld om hun rechten uit te oefenen, terwijl hij het pandrecht betwist. Cantor en Mercurius voerden aan dat deze termijnstelling niet verenigbaar is met de betwisting van het pandrecht en dat de curator misbruik van recht maakt.
De rechtbank Breda oordeelde dat de curator bevoegd was om de termijn te stellen en dat er geen sprake was van misbruik van recht. De rechter-commissaris had de termijn ook verlengd. Cantor en Mercurius gingen in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad bevestigt dat artikel 58 lid 1 Faillissementswet Pro de curator de mogelijkheid geeft om pandhouders een redelijke termijn te stellen, ook onder voorbehoud van betwisting van het pandrecht. Dit is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel en levert geen nadeel op voor de pandhouder.
De Hoge Raad wijst erop dat de wetgever met artikel 58 Fw Pro beoogt de curator een instrument te geven om passiviteit van pandhouders tegen te gaan en duidelijkheid te verkrijgen over de omvang van de boedel. Het gelijktijdig betwisten van het pandrecht door de curator staat niet in de weg aan het stellen van een termijn. Het beroep van Cantor en Mercurius wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de curator bevoegd is om een termijn te stellen onder artikel 58 lid 1 Faillissementswet, ook onder voorbehoud van betwisting van het pandrecht.