ECLI:NL:PHR:2008:BC2249
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing EVEX-Verdrag bij tenuitvoerlegging Pools verstekvonnis
In deze zaak staat de tenuitvoerlegging van een Pools verstekvonnis centraal, waarbij FGSP een vordering instelde tegen eiser wegens bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de Poolse Handelswet. De voorzieningenrechter verleende verlof tot tenuitvoerlegging, welke beslissing door de rechtbank werd bekrachtigd. Eiser stelde verzet in met onder meer het argument dat de EEX-Verordening niet van toepassing is en dat het EVEX-Verdrag materieel niet van toepassing zou zijn vanwege het faillissementskarakter van de vordering.
De rechtbank oordeelde dat het EVEX-Verdrag formeel van toepassing is, aangezien de vordering na inwerkingtreding van het verdrag in Polen en Nederland is ingesteld. Materieel werd geoordeeld dat de vordering geen faillissementsvordering is, omdat deze niet rechtstreeks uit het faillissement voortvloeit en niet door de curator is ingesteld. Ook werd geen strijd met de Nederlandse openbare orde vastgesteld, mede omdat eiser hoger beroep in Polen had ingesteld.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. De EEX-Verordening is niet van toepassing vanwege het temporele toepassingsgebied. De vordering betreft een handelsvordering en valt niet onder het faillissementsuitzonderingsgebied. De openbare orde-weigeringsgrond wordt slechts in uitzonderlijke gevallen toegepast en is hier niet van toepassing. Daarmee blijft het verlof tot tenuitvoerlegging van het Poolse vonnis in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verlof tot tenuitvoerlegging van het Poolse verstekvonnis blijft in stand.