ECLI:NL:HR:2002:AE1545
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kortgedingrechter onder het Verdrag van Lugano bij reeds aanhangig bodemgeschil
In deze zaak vorderde Telenor c.s. in kort geding betaling van een voorschot en subsidiair zekerheidstelling van Spray, terwijl de bodemprocedure reeds aanhangig was bij de bevoegde rechter te Oslo. De President van de Rechtbank Amsterdam verklaarde zich onbevoegd, maar het Hof Amsterdam verklaarde de President wel bevoegd. Spray stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof ten onrechte de bevoegdheid van de kortgedingrechter op grond van het EVEX heeft vastgesteld zonder de aanvullende bevoegdheidsregel van art. 24 EVEX Pro in acht te nemen. Volgens de Hoge Raad kan de kortgedingrechter slechts bevoegd zijn op basis van art. 24 EVEX Pro indien voldaan is aan de voorwaarden die het HvJEG in het arrest Van Uden/Deco-Line heeft gesteld.
Omdat de bodemprocedure aanhangig is bij de bevoegde rechter te Oslo, is de Rechtbank Amsterdam niet bevoegd om in het bodemgeschil uitspraak te doen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Telenor c.s. in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.