ECLI:NL:PHR:2008:BC1332
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring in onverzekerd rijden zaak
De zaak betreft een veroordeling van verdachte wegens het niet hebben van een geldige verzekering volgens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) voor een personenauto op 2 maart 2005. Het hof Arnhem had verdachte veroordeeld tot twee weken hechtenis en ontzegging van de bevoegdheid tot motorrijtuigenbestuur voor vier maanden.
Het cassatiemiddel klaagde over de ontoereikende motivering van de bewezenverklaring, omdat het hof slechts één proces-verbaal als bewijsmiddel had gebruikt, waarin geen feiten stonden vermeld die door de verbalisant zelf waren waargenomen. De Hoge Raad oordeelde dat het proces-verbaal van de Dienst Wegverkeer, gebaseerd op een registervergelijking, wel als bewijs kan dienen mits de verbalisant de bevindingen zelf heeft ingezien en dit voldoende heeft gemotiveerd.
Echter, de Hoge Raad stelde dat het hof niet had onderzocht of de verklaring van verdachte, dat er een voorlopige dekking van de verzekering was, een nadere reactie vereiste. Gezien het feit dat verdachte niet door een advocaat werd bijgestaan en langdurig gedetineerd was, had het hof volgens de Hoge Raad nader onderzoek moeten doen naar dit verweer.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling waarbij het verweer van verdachte adequaat wordt onderzocht en beantwoord.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.