ECLI:NL:PHR:2008:BC0811
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid binnentreden woning bij wateroverlast zonder machtiging
In deze zaak stond centraal of het zonder schriftelijke machtiging binnentreden van de woning van verdachte door politie rechtmatig was. De politie trad binnen vanwege ernstige wateroverlast die zichtbaar was bij de benedenbuurman, met vochtplekken en water dat langs muren sijpelde. De politie kon de bewoner niet bereiken en constateerde dat er geen teken van leven was in de woning.
Het hof oordeelde dat sprake was van een noodsituatie in de zin van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi), waardoor het binnentreden zonder machtiging was toegestaan. De verdediging stelde dat het binnentreden onrechtmatig was en dat bewijsuitsluiting moest volgen. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven.
De Hoge Raad benadrukte het uitzonderingskarakter van het binnentreden zonder machtiging, maar stelde dat ernstige wateroverlast vergelijkbaar is met een inbraak en direct gevaar kan opleveren voor personen en goederen, bijvoorbeeld door kortsluiting. De beslissing van de politie om niet langer te wachten en direct binnen te treden werd als redelijk beoordeeld. Het middel van de verdediging faalde, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het binnentreden zonder machtiging was rechtmatig wegens onmiddellijk gevaar.