ECLI:NL:HR:2008:BC0811
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid binnentreden zonder machtiging bij wateroverlast
In deze strafzaak stond centraal of het binnentreden van de politie in de woning van verdachte zonder schriftelijke machtiging rechtmatig was. Het hof had geoordeeld dat de politie mocht binnentreden zonder machtiging omdat sprake was van een noodsituatie, namelijk ernstige wateroverlast die gevaar voor personen of goederen kon opleveren.
De verdachte stelde dat het binnentreden onrechtmatig was en dat het bewijs van de hennepkwekerij daardoor uitgesloten moest worden, wat tot vrijspraak zou moeten leiden. De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht had vastgesteld dat de wateroverlast bestond uit zichtbare vochtplekken en water dat langs de muur sijpelde, wat een situatie van ernstig en onmiddellijk gevaar kon vormen.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep faalde daarom en werd verworpen. De veroordeling voor overtreding van de Opiumwet en diefstal bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het binnentreden zonder machtiging was rechtmatig vanwege de noodsituatie door wateroverlast.