ECLI:NL:PHR:2008:BB5066
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid octrooi wegens gebrek aan inventiviteit bij werkwijze voor minerale wolproductie
In deze zaak staat de geldigheid van een octrooi op een werkwijze voor het maken van een poreus product van minerale wol centraal. Rockwool, houdster van het octrooi, vordert handhaving, terwijl Isover het octrooi nietig laat verklaren wegens gebrek aan nieuwheid en inventiviteit. Het hof heeft het octrooi vernietigd omdat de werkwijze voor de gemiddelde vakman voor de hand lag, waarbij het hof rekening hield met de stand van de techniek en de problem-solution approach toepaste.
Rockwool betoogt in cassatie dat het hof ten onrechte bij de inventiviteitsbeoordeling heeft geabstraheerd van het voortbrengsel dat met de werkwijze wordt verkregen en dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met het gevaar van hindsight. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste rechtsregels heeft toegepast, waarbij de inventiviteit van de werkwijze op zichzelf beoordeeld moet worden, los van de nieuwheid en inventiviteit van het voortbrengsel. Tevens is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en is er geen sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing.
Verder heeft het hof de stand van de techniek adequaat vastgesteld, waaronder het Zweedse octrooischrift, en heeft het hof gemotiveerd waarom de werkwijze voor de gemiddelde vakman voor de hand lag. De Hoge Raad wijst klachten over onvoldoende motivering van het hof af, onder meer over de chemische eigenschappen van de gebruikte middelen en de hoeveelheid bevochtigingsmiddel. De conclusie is dat het beroep van Rockwool wordt verworpen en het octrooi terecht nietig is verklaard.
Uitkomst: Het octrooi is vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit van de werkwijze.