ECLI:NL:PHR:2008:BB5065
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijslastverdeling en equivalentie bij inbreuk werkwijzeoctrooi minerale wol
In deze zaak staat centraal of St. Gobain inbreuk maakt op het werkwijzeoctrooi van Rockwool betreffende de vervaardiging van minerale wolproducten. Rockwool stelde dat St. Gobain de geoctrooieerde werkwijze toepast, terwijl St. Gobain een alternatieve werkwijze hanteert waarbij het bevochtigingsmiddel onverdund op de randen van het halfproduct wordt aangebracht, waarna bevochtigde vezels worden vermalen en gerecirculeerd.
De rechtbank wees de vorderingen van Rockwool af, waarna het hof oordeelde dat St. Gobain voldoende tegenbewijs had geleverd dat zij de alternatieve werkwijze toepast. Het hof stelde dat het wettelijk vermoeden van art. 43 lid 5 ROW Pro slechts geldt indien sprake is van (in wezen) hetzelfde voortbrengsel, hetgeen het hof ontkende. Ook verwierp het hof de stelling dat de alternatieve werkwijze equivalent is aan de geoctrooieerde werkwijze.
De Hoge Raad bevestigt dat voor toepassing van het wettelijk vermoeden vereist is dat het voortbrengsel nieuw is en (in wezen) hetzelfde als het geoctrooieerde voortbrengsel. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de producten verschillen doordat bij de geoctrooieerde werkwijze alle vezels bevochtigingsmiddel bevatten, terwijl bij St. Gobain sprake is van een mengsel van bevochtigde en niet-bevochtigde vezels. Ook de bewijswaardering van het hof, waaronder de getuigenverklaringen en het T.N.O.-rapport, is toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad wijst het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat St. Gobain geen inbreuk maakt op het Rockwool-octrooi.