ECLI:NL:PHR:2007:BB3321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling stoornis geestvermogens bij alcoholverslaving voor voorlopige machtiging Wet Bopz
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz voor een betrokkene met een langdurige alcoholverslaving en de diagnose Syndroom van Korsakov. De rechtbank had de machtiging geweigerd omdat niet was vastgesteld dat de stoornis van de geestvermogens het gevaar veroorzaakte dat vrijheidsbeneming rechtvaardigt.
De Hoge Raad bevestigt dat een alcoholverslaving op zichzelf niet automatisch een stoornis van de geestvermogens oplevert die een vrijheidsbeneming rechtvaardigt. Voor iedere zaak moet op basis van een objectief medisch onderzoek worden vastgesteld of de stoornis het denken, voelen, willen, oordelen en handelen zodanig beïnvloedt dat het gevaar niet aan betrokkene kan worden toegerekend.
Hoewel de rechtbank het Syndroom van Korsakov als diagnose stelde, vond zij onvoldoende bewijs dat deze stoornis het gevreesde gevaar veroorzaakte. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank haar motivering onvoldoende heeft toegelicht, met name over het verband tussen de stoornis en het gevaar. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor nadere beoordeling.
De uitspraak benadrukt het belang van maatwerk en een zorgvuldige motivering bij de toepassing van de Wet Bopz in gevallen van alcoholverslaving met mogelijke comorbide psychische stoornissen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank wegens onvoldoende motivering over het verband tussen stoornis en gevaar.