ECLI:NL:PHR:2007:BA7911
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijsmotivering opzet invoer cocaïne
De zaak betreft een verdachte die op 25 maart 2005 op Schiphol werd betrapt met een sporttas waarin cocaïne was aangetroffen tijdens een 100%-controle uitgevoerd door douaneambtenaren. Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte opzettelijk cocaïne had ingevoerd en baseerde dit op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de verdachte en proces-verbalen van de Koninklijke Marechaussee.
De verdediging voerde aan dat de 100%-controle onrechtmatig was omdat deze niet op een verdenking was gebaseerd en dat het bewijs daardoor onrechtmatig verkregen was. De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke grondslag voor de controle voldoende is en dat de bevoegdheden van de douaneambtenaren correct waren toegepast.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof onjuist had aangenomen dat de verdachte de tas op verzoek van een ander vervoerde, terwijl uit het bewijs slechts bleek dat zij de tas had geleend. Deze onjuiste feitelijke aanname was van voldoende belang om de bewijsmotivering voor het opzet te schaden. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling.
De overige middelen van cassatie werden verworpen, waaronder de klachten over de rechtmatigheid van de bewijsgaring en de schending van privacyrechten. De Hoge Raad bevestigde dat de douanecontrole op Schiphol een toereikende wettelijke basis heeft en dat het bewijs niet uitgesloten hoeft te worden.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.