ECLI:NL:PHR:2007:BA7910
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid arrest hof wegens ontbreken motivering vrijspraak bij bewezenverklaring seksueel misbruik fysiotherapeut
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en ontuchtpleging jegens een patiënt in zijn hoedanigheid als fysiotherapeut. Het hof sprak de verdachte vrij, hoewel de advocaat-generaal in hoger beroep een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt had ingenomen dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen was.
De verdachte zou onder meer zijn vingers in de schede van de patiënt hebben gebracht onder het mom van ademhalingsoefeningen, waarbij hij resoluut stelde dat er geen andere methode was. De patiënt voelde zich gedwongen en misleid, wat de advocaat-generaal als bewijs voor verkrachting aanvoerde.
Het hof oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was en sprak verdachte vrij, zonder de bijzondere redenen voor deze afwijking van het standpunt van de advocaat-generaal te motiveren. De Hoge Raad stelt dat dit een schending is van art. 359, tweede lid, Sv, waardoor het arrest nietig is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting. Hiermee wordt het belang van een deugdelijke motivering bij afwijking van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de advocaat-generaal benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontbreken van motivering bij vrijspraak en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.