ECLI:NL:PHR:2007:BA6580

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03684/05 U
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Ovk.Art. 10.2 UWArt. 330 SvArt. 328 SvArt. 281 lid 1 Sv
Verwijzingen
14 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak uitlevering Bosnische veroordeelde wegens procedurele tekortkoming

De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Republiek Bosnië en Herzegovina aan Nederland van een persoon die aldaar onherroepelijk is veroordeeld voor het door schuld beroven van het leven van een ander. De rechtbank Assen verklaarde de uitlevering toelaatbaar, met uitzondering van het delict 'dood door schuld', omdat dit niet onder het toepasselijke uitleveringsverdrag valt.

De verzoeker stelde onder meer dat hij niet schuldig is en dat er sprake is van lopende gratie- en herzieningsverzoeken in Bosnië, waardoor de uitspraak aangehouden had moeten worden. De rechtbank oordeelde echter dat de beslissing over de toelaatbaarheid van uitlevering en de beoordeling van lopende verzoeken aan de verzoekende staat toekomt.

De Hoge Raad stelt dat het ontbreken van een beslissing over het verzoek tot schorsing van het onderzoek op grond van lopende gratieverzoeken een procedurele tekortkoming is die tot vernietiging van het vonnis leidt. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat de beoordeling van integratie van de opgeëiste persoon en de mogelijke gevolgen van uitlevering, zoals marteling of gezondheidstoestand, niet aan de rechter maar aan de Minister van Justitie toekomt.

De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling, waarbij de opgeëiste persoon en een tolk worden opgeroepen. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een volledige en juiste procedure bij uitleveringszaken, met inachtneming van de wettelijke voorschriften omtrent schorsing en beoordeling van gratieverzoeken.

Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank Assen wordt vernietigd wegens het ontbreken van een beslissing over schorsing van het onderzoek.

Conclusie

Nr. 03684/05 U
Mr Machielse
Zitting 29 mei 2007
Conclusie inzake:
[de opgeëiste persoon]
1. De rechtbank Assen heeft op 10 november 2005 de executieuitlevering van de opgeëiste persoon aan de republiek Bosnië en Herzegovina toelaatbaar verklaard.
2. Mr. J. Dekens, advocaat te Odoorn, heeft cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.
3.1. Ik ontwaar in het middel twee te onderscheiden klachten. In eerste plaats verwijt de steller van het middel de rechtbank ervan uitgegaan dat het oordeel of de opgeëiste persoon een geïntegreerde vreemdeling is toekomt aan de minister en niet aan de uitleveringsrechter.
Dit onderdeel is niet onderbouwd en stuit overigens af op de rechtspraak van de Hoge Raad, die inhoudt dat de beslissing over de vraag of de uitlevering van een opgeëiste persoon zou behoren te worden geweigerd omdat hij is te beschouwen als een in Nederland geïntegreerde vreemdeling in de zin van de Nederlandse verklaring bij art. 6 EUV Pro, niet toekomt aan de rechter die over de toelaatbaarheid van de uitlevering beslist.(1)
3.2. Het tweede onderdeel van het middel stelt dat in de verzoekende staat momenteel een gratieverzoek en een verzoek tot herziening van de veroordeelde in behandeling zijn en dat de rechtbank daarom de uitspraak had moeten aanhouden tot in de verzoekende staat daarop was beslist. De pleitnota die blijkens het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting aldaar is voorgedragen en aan dat proces-verbaal is gehecht, bevat het verzoek de uitspraak aan te houden tot op het gratieverzoek in Bosnië is beslist. Ik kan daarin niet anders lezen dan een verzoek om de behandeling ter terechtzitting te schorsen totdat duidelijkheid is verschaft over de afloop van de in Bosnië aanhangige verzoeken.
Ingevolge de art. 330 en Pro 328 Sv, in samenhang met art. 281, eerste lid, Sv en art. 29, eerste lid, Uitleveringswet is de rechter op straffe van nietigheid gehouden een beslissing te nemen over een verzoek tot schorsing van het onderzoek.(2) Zo een beslissing ontbreekt in de uitspraak van de rechtbank. Dat betekent dat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, een dag zal bepalen waarop de zaak voor de Hoge Raad kan dienen en de opgeëiste persoon en een tolk in de Servisch-Kroatische taal zal doen oproepen te dienenden dage, met verwittiging van de advocaat van de opgeëiste persoon.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR NJ 2001, 163, onder meer genoemd in Handboek Strafzaken (N. Keijzer) § 91.11.9.
2 Vgl. HR 4 maart 2003, NJB 2003, blz. 798, nr. 54.